Voeding

Voeding en invloed van vit. K

Vitamine K

Vitamine K is een vitamine die tot de groep van vetoplosbare vitamines hoort, net als vitamines A, D en E. Vitamine K zorgt onder andere voor een normale bloedstolling maar ook voor sterke botten en gezonde bloedvaten. Via voedsel krijgen we de meeste vitamine K binnen. Vitamine K is een bouwstof voor stollingsfactoren en indien deze vitamine in een grotere hoeveelheid wordt ingenomen, beïnvloedt dit de werking van de stolling. Dit is te merken door een daling van de INR. De antistollingsmedicatie zorgt namelijk voor een vermindering van de omzetting van vitamine K in stollingsfactoren. Dus als er meer vitamine K wordt ingenomen werkt dit de medicatie als het ware tegen.

In het bloed bevinden zich veel stollingsfactoren. Niet al deze stollingsfactoren worden beïnvloed door vitamine K. Er zijn vier stollingsfactoren die voornamelijk afhankelijk zijn van de vitamine K en deze worden ook indirect gemeten door de INR waarde.

Grof gezegd is het zo dat indien de INR waarde laag is, er veel stollingsfactoren zijn en indien de INR hoog is, betekent dit dat er minder stollingsfactoren zijn. Indien er veel vitamine K ineens wordt ingenomen dan worden er meer stollingsfactoren omgezet en dit is te merken doordat dan de INR gaat dalen. Dit is ook de reden dat bij sommige mensen bij een te hoge INR wordt besloten om vitamine K tabletjes te gaan starten.

De Belgische bevolking eet ongeveer 100 microgram aan vitamine K per dag. In elk product zit wel iets. Bij een gevarieerd en normaal voedingspatroon zijn de invloeden van de dagelijkse maaltijden op de INR gering. Groenten en fruit spelen een prominente rol in de gezondheid van het hart dankzij de vele vitaminen die ze bevatten, en in het bijzonder de zogenaamde secundaire plantaardige stoffen. Daarom raadt men aan om dagelijks twee porties fruit en ongeveer 400 groenten te eten.

Het is verstandig dat maaltijden gevarieerd zijn. Hierdoor blijft de dosering ook stabiel en de INR waarden ook. Bij het maken van de dosering wordt dan ook rekening gehouden met een gevarieerde inname van voeding. Indien het voedingspatroon ineens drastisch verandert, kan de INR door de veranderde inname van vitamine K ook gaan ontsporen. Als het gaat om vitamine K tijdens een antistollingsbehandeling is de conclusie: leef regelmatig en probeer niet al te veel af te wijken van een dagelijks patroon.

download

Veneuze trombose

In 2007 werden de resultaten van een onderzoek gepubliceerd waarin wetenschappers voor een aantal voedingsmiddelen de relatie met de kans op het ontwikkelen van een diep-veneuze trombose hebben bepaald. Hierna volgt per voedingsmiddel een kort overzicht van hun bevindingen.

Fruit en groente:

mensen die minder dan 2,5 porties per dag van fruit en 2,5 portie groente eten, hebben een 25 tot 50% hogere kans op het krijgen van een DVT dan mensen met een hogere inname van fruit en groente.

Vis:

mensen die meer dan 1 maal per week vis eten, hebben 30 tot 45% minder kans op het krijgen van een DVT dan mensen die het gemiddeld minder dan 1 maal per week eten. Vooral vette vis, zoals makreel, haring, zalm en forel, is gunstig omdat die veel van de zogenaamde omega-3-vetzuren bevat. Ook noten zijn overigens een bron van deze omega-3-vetzuren.

Vlees:

meer dan 1,5 porties rood vlees per dag verdubbelt de kans op het ontwikkelen van een DVT als we het vergelijken met mensen die minder dan 0,5 portie rood vlees per dag eten. Tegelijkertijd hebben vegetariërs, en in het bijzonder vega-nisten, een verhoogd risico op een DVT omdat zij als gevolg van hun voedingspatroon minder vitamine B12 binnenkrijgen, waardoor de hoeveelheid van een bepaalde stof in hun bloed, homocysteïne, verhoogd is (zie verder op pagina 4).

Melkproducten:

de onderzoekers hebben geen relatie gevonden tussen het gebruik van melkproducten en het risico op het ontwikkelen van een DVT.

Graanproducten :

ook bij graanproducten is er geen relatie gevonden tussen het eten van geraffineerde graanproducten (zoals wit brood, witte rijst, macaroni of beschuit) of volkoren graanproducten en het krijgen van een DVT.

download (1)

Voedingsvezels:

bekend is dat een lage vezel-inname leidt tot een vertraging van het proces dat de bloedstolsels oplost (de zogenaamde fibrinolyse). Een vetarm, vezelrijk voedingspatroon, gecombineerd met lichaamsbeweging, verbetert juist de fibrinolyse en kan zo helpen bij het verminderen van het risico op een DVT.

Een bijkomend voordeel van vezelrijke voeding is bovendien dat men meestal niet veel kracht hoeft te zetten bij de ontlasting. Omdat er op die manier geen druk wordt opgevoerd binnenin de aders neemt de kans af dat bloedvaten beschadigd raken. Voeding met veel oplosbare vezels zijn bonen, erwten, zilvervliesrijst, gerst, haver, citrusvruchten, aardbeien en appels. Veel onoplosbare vezels zitten in volkorenmeel, kool, bieten, wortels, spruiten, bloemkool en appelschillen. Overig: van rauwe ui en verse knoflook wordt ook wel beweerd dat het beschermt tegen de schadelijke effecten van vet voedsel, doordat het de snelheid bevordert waarmee het lichaam bloedstolsels afbreekt. Dit lijkt echter maar een klein effect te zijn. Om iets van het gunstige effect van knoflook te merken, zouden we minimaal tien tenen per dag moeten eten. De onderzoekers rapporteren ook over een gunstig effect van de zogenaamde stearinezuren en antioxidanten. Deze stoffen zitten bijvoorbeeld in cacao en chocolade en verlagen de kans op het krijgen van een DVT.

De genoemde voedingsmiddelen beïnvloeden elkaar. Wanneer we een combinatie eten van de verschillende middelen, heeft dat een groter effect op de gezondheid dan de losse effecten van de individuele voedingsstoffen. Een typisch westers dieet, dat zich kenmerkt door het eten van veel rood vlees, fastfood en geraffineerde graanproducten met daarnaast weinig vis, fruit en groente, geeft een 60% hogere kans op een DVT dan een typisch gezond dieet.

Arteriële trombose

We hebben dus gezien dat ons voedingspatroon invloed kan hebben op de kans om in de aders (de venen) een diepveneuze trombose te ontwikkelen. Al langer bekend is dat ons eetpatroon ook een direct effect heeft op de kans om in de slagaders (de arteriën) een trombose te ontwikkelen. Dit heeft te maken met het feit dat ons voedingspatroon een direct effect heeft op de ontwikkeling van atherosclerose, ofwel ‘ader-verkalking’. Atherosclerose is een aandoening waarbij vetten neerslaan in de wand van de slagaders. Atherosclerose kan leiden tot trombose in slagaders. Dit treedt op als een van de vette plaques in de vaatwand beschadigd raakt. Het lichaam maakt daarop een bloedstolsel aan dat vervolgens de slagader afsluit of dat wordt meegevoerd met het bloed en op die manier bijvoorbeeld een hart- of herseninfarct ver-oorzaakt. De kans op atherosclerose, en daarmee op hart- en vaatziekten, wordt lager als iemand een voedingspatroon aanhoudt met weinig verzadigde vetten, veel vezels en met voldoende groente en fruit. Het gezonde voedingspatroon dat wordt aanbevolen voor het verminderen van arteriële trombose is dus praktisch gelijk aan het eetpatroon dat een lager risico op diepveneuze trombose geeft. Bovendien heeft een dergelijk voedingspatroon ook een gunstig effect op de cholesterolwaarden, het gewicht, de bloeddruk en bloedsuikerspiegels en vormt daarmee een effectieve manier om het risico op hart- en vaatziekten te verkleinen.

       download

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.