Antwoord op brieven rond self-monitoring en daghospitalisatie

Geachte heer,
Mevrouw de minister maakte mij uw mail over aangezien de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkering tot de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid behoort.

Wat uw vraag over self-monitoring betreft kan ik u het volgende meedelen:

De Technische raad voor diagnostische middelen en verzorgingsmiddelen heeft dit probleem besproken. Deze besprekingen waren onder andere gebaseerd op het rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE-rapport) «Draagbare apparaten om de stollingswaarde van het bloed te meten: een meerwaarde bij gebruik door patiënt» dat op 12 november 2009 werd gepubliceerd. Daarin staat dat er onvoldoende bewijs is om het gebruik momenteel aan te bevelen.

De leden van de Raad meenden dat het te voorbarig is om een vergoeding van dit toestel door de verplichte verzekering te overwegen. De Raad heeft bovendien benadrukt dat het gebruik ervan niet eenvoudig is en dat het niet aan iedereen kan gegeven worden.

De vergoedbaarheid wordt momenteel dus niet in overweging genomen.

Wat uw opmerking over de aanrekening van daghospitalisatie betreft kan ik u het volgende zeggen:

Bij de verstrekkingen waarbij men het ziekenhuis dezelfde dag reeds kan verlaten, dient men een onderscheid te maken tussen enerzijds de daghospitalisatie en anderzijds de ambulante verstrekkingen.

De daghospitalisatie wordt uitgevoerd in een dagziekenhuis. Bij daghospitalisatie of dagopname bezet je een ziekenhuisbed (bijvoorbeeld voor een operatie) en je dien een “opnameverklaring voor opname in het dagziekenhuis” te ondertekenen.

Ambulante verstrekkingen betreffen raadplegingen of onderzoeken die plaats vinden in het ziekenhuis, zonder dat er een ziekenhuisbed wordt bezet. Verzorging in een spoeddienst valt eveneens onder de ambulante verstrekkingen.

In uw mail heeft u bedenkingen bij de wijze waarop het ziekenhuis verstrekkingen “daghospitalisatie” aanrekent om hun kosten te financieren. Dit is een terechte bedenking.

Op het beleidsniveau wordt gewerkt aan een hervorming van de ziekenhuisfinanciering en de nomenclatuur. Het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE) heeft onderzocht wat de sterktes en de zwaktes zijn van het huidige systeem en heeft een kader uitgewerkt voor de toekomst (KCE rapport 229). De groeiende onderfinanciering, vooral dan van de verpleegkundige zorg, het overaanbod aan bedden en hooggespecialiseerde diensten, de afhouding op de erelonen van de ziekenhuisartsen en de ongelijkheid tussen de erelonen worden als belangrijkste pijnpunten naar voor geschoven.

Het KCE werkte een stappenplan uit voor deze hervorming:
– Uitbreiding en verfijning van de bestaande forfaitaire financiering per opname
– Hervorming van de vergoedingen van de specialisten, met een herstel van het evenwicht tussen het inkomen en de reëel gepresteerde inspanningen en het afschaffen van de afhoudingen op de erelonen
– Het aanpassen van het aantal en het type bedden aan de behoefte van elke regio.

In de analyse van het KCE wordt ook de daghospitalisatie meegenomen. Hierbij pleit men specifiek voor een globaal plan, waarin voor elk type zorg de meest geschikte setting wordt bepaald (klassieke hospitalisatie, dagbehandeling of ambulant). De keuze van de zorgsetting moet gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderbouwde informatie, maar ook rekening houden met andere aspecten zoals de kosteneffectiviteit.

Dit laatste was ook de conclusie van een ander rapport van het KCE specifiek met betrekking tot daghospitalisatie (KCE rapport 192). Uit dit rapport bleek dat er geen eenduidige verschuiving is van ambulante zorg naar daghospitalisatie: enerzijds is voor sommige verstrekkingen een verschuiving van ambulante zorg naar daghospitalisatie (bv. plaatsen van trommelvliesbuisjes, …), maar, anderzijds worden andere verstrekkingen (bv. tandheelkunde) ook meer ambulant uitgevoerd. Het rapport adviseert daarom om voor elk type van zorg vast te leggen waar ze best verleend wordt.

De Minister van Sociale Zaken, mevrouw maggie DE BLOCK, heeft in haar beleidsnota uitdrukkelijk het engagement opgenomen om prioriteit te geven de hervorming van de ziekenhuisfinanciering en de rol van het ziekenhuis in het zorglandschap van de toekomst. En dit zal gebeuren in overleg met alle betrokken partners en op basis van de conclusies van het rapport van het KCE. Tijdens de interministeriële conferentie Volksgezondheid van 29 juni 2015 werd er nog een gemeenschappelijke verklaring ondertekend door alle bestuursniveaus over de hervorming van het ziekenhuislandschap.

Ik hoop u de zaken een beetje verduidelijkt te hebben.

Tot slot wens ik u nog prettige feestdagen en veel geluk in 2016.
Met vriendelijke groeten,
Pascale Mylemans
Pascale Mylemans
Attaché
Domein Geschillen
DG Sociaal Beleid
Tel. 02/528.64.13

Administratief Centrum Kruidtuin
Finance Tower
Kruidtuinlaan 50/b115
1000 BRUSSEL